Arrêt sanitaire


In 1938 werd in Groningen, de toenmalige woonplaats van de jeugdige Jan Haijer, de vierde ronde van het befaamde AVRO-toernooi gehouden. Op 12 november, in de grote concertzaal van De Harmonie, zat hij als scholier tussen zijn teken- en wiskundeleraar op de voorste rij. Om de vierde ronde van het evenement bij te wonen had de wiskundeleraar, een verwoed schaakliefhebber, een proefwerk naar de volgende dag verschoven en kreeg Jan, net een paar jaar lid van Staunton, van thuis permissie om de hele avond toe te kijken.

Op het grootmeesterlijk podium speelden Keres en Reshevsky tegen elkaar, Euwe speelde die avond tegen Fine, Flohr was de opponent van Aljechin en Botwinnik bestreed met zwart José Raúl Capablanca y Graupera. De jeugdige Jan Haijer zat zo gunstig dat hij zijn idool Capablanca recht in de ogen kon kijken.

De Cubaanse ex-wereldkampioen zat op het halvemaanvormige podium met zijn rug naar Aljechin, die bepaald geen vriend van hem was. En dat is nog vrij vriendelijk uitgedrukt. Beide grootmeesters zaten gescheiden door een rode loper, een smal pad naar de koffieruimte en de toiletten, diep in gedachten verzonken. Een mens blijft een mens en schaakpartijen duren doorgaans lang. Op een gegeven moment stonden beide grootmeesters toevallig tegelijk op, draaiden zich naar elkaar toe, deden nietsvermoedend een pas, richtten zich in hun volle lengte op, rechtten hun rug en keken elkaar vervolgens ongewild in de ogen. Als door een wesp gestoken wendden beide spelers zich van elkaar af en namen hun plaats achter het bord weer in. Hoewel er duidelijk sprake was van hoge nood, wilde noch de één, noch de ander voor gentleman spelen door voorrang te verlenen.

Een paar minuten later liep Aljechin, die zag dat Capablanca bezig was een zet te noteren, dan toch eindelijk weg. De speelzaal uit? Nee, vlak voor de deur naar de ruimte, waar zich de toiletten bevonden stonden enkele grote bakken met palmen en met de rug naar spelers en publiek posteerde Aljechin zich daar wijdbeens. Jan Haijer had meer oog voor de reactie van Capablanca, die, na even het tafereel te hebben bekeken, de zaal in keek met een blik, die absolute en opperste minachting verried.

Een kwartiertje later stond ook de Cubaanse grootmeester op. Op dat moment had Jan Haijer gewacht. Hij liep de zaal uit en kwam via een zijdeur bij de gang, die naar de toiletten leidde. Een paar tellen later stond hij oog in oog met zijn grote voorbeeld. José Raoul Capablanca y Graupera. De jonge Groninger toonde zijn notitieboekje en gaf Capablanca zenuwachtig een potlood. Capablanca, de rust zelve, schudde Jan Haijer vriendelijk de hand en zei in het Engels dat hij tot zijn spijt vandaag niet zou kunnen winnen (de partij tegen Botwinnik eindigde in remise – red.), zette zijn handtekening in het notitieboekje en vroeg: ,,Schaak je graag?" ,,Natuurlijk, echt heel erg… eh, eh… erg graag meneer", antwoordde het Staunton-talent. ,,Well... Try to be a gentleman too", vervolgde de grootmeester, gaf Jan een aai over zijn bol en beende vervolgens op zijn gemak weer terug naar het podium.

Grootmeester, gentleman, schaker, pedagoog en voorbeeld: Raúl Capablanca….

Voor de geïnteresseerden volgen hieronder de uitslagen van dit dubbelrondig toernooi:

Uit: Kinderen van Caïssa (Schaakvereniging te Hoorn) door Co Buysman.

Bewerking: Willem D. Platje 2015 ©

Raoul Capablanca
Alexander Aljechin

Geef een reactie